ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0817
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. van Zeben-de Vries
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid NMa-boete en correctie garantievoorziening in vennootschapsbelasting
Eiseres, een bouwbedrijf met vier dochtermaatschappijen, vormt een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De NMa legde haar in 2006 een boete van € 70.493 op, die eiseres ten laste bracht van de winst over 2005. De rechtbank volgt de Hoge Raad in het oordeel dat deze boete niet aftrekbaar is op grond van artikel 3.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001.
Daarnaast passiveerde eiseres een garantievoorziening die ultimo 2005 en 2006 respectievelijk € 1.050.267 en € 1.133.624 bedroeg. In 2007 werd deze voorziening fors verlaagd, wat leidde tot een vrijval van € 812.836. Verweerder stelde dat de voorziening in 2005 en 2006 te hoog was en dat een deel van de vrijval aan die jaren moet worden toegerekend. De rechtbank oordeelt dat de voorziening volgens goed koopmansgebruik met een bestendige gedragslijn moet worden gevormd en dat de hoge saldi in 2005 en 2006 niet aanvaardbaar zijn zonder bijzondere omstandigheden, die niet zijn gesteld.
Eiseres voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat er bindende afspraken waren over de hoogte van de voorziening, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk. Het beroep is gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op de heffingsrente, die wordt verminderd door een verkorting van de periode waarover deze wordt berekend. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van de NMa is niet aftrekbaar en de garantievoorziening over 2005 en 2006 was te hoog, waardoor correcties worden toegepast en de heffingsrente wordt verminderd.