ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Waarde van vordering in nalatenschap bij successierecht beoordeeld op overlijdensdatum
Eiseres is erfgenaam van haar moeder die in 2008 overleed. Tot de nalatenschap behoort een vordering op de nog levende grootmoeder, die pas opeisbaar is bij haar overlijden. Eiseres stelde dat de vordering nihil waard is omdat grootmoeder haar vermogen weg zou geven aan een familielid, waardoor zij niets zal ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de waarde van de vordering moet worden bepaald naar de waarde op het moment van overlijden van de erflater. Latere feiten en omstandigheden mogen alleen worden meegewogen als deze op dat moment door een deskundige voorzienbaar waren. De rechtbank acht niet aannemelijk dat dit hier het geval is, omdat de door eiseres aangevoerde omstandigheden zich grotendeels na het overlijden hebben voorgedaan en het vermogen van grootmoeder op dat moment voldoende was om de vordering te voldoen.
De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de aanslag successierecht. De subsidiaire stelling van eiseres om de waarde in der minne op de helft van de door verweerder voorgestane waarde te stellen, wordt niet beoordeeld omdat de primaire stelling niet slaagt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht wordt gehandhaafd.