ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Houweling
- A. van ’t Laar
- A. Pahladsingh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar deze werd afgewezen omdat hij werd verdacht van betrokkenheid bij ernstige misdrijven. Hij was lid van het Eritrean Liberation Front (ELF) en verrichtte inlichtingenwerk, waarbij op basis van zijn rapportages personen werden opgepakt, gemarteld en geëxecuteerd.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van eiser, waaronder moord, deportatie, marteling en de verdwijning van personen, kwalificeren als oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid zoals bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Het conflict in Eritrea werd als een intern gewapend conflict aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat eiser persoonlijk verantwoordelijk is voor deelname aan deze misdrijven.
Eisers beroep op de afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro werd verworpen, omdat hij geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook het feit dat de gedragingen veertig jaar geleden plaatsvonden en dat eiser stelt zijn straf te hebben uitgezeten, deed niet af aan de ernst van de misdrijven.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag aan eiser heeft tegengeworpen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid.