ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1306
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico vervolging christen in Irak
Verzoeker, een Iraakse staatsburger die zich in Nederland bekeerd heeft tot het christendom, diende een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. Het eerdere besluit tot afwijzing was gebaseerd op een gebrek aan geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. De rechtbank oordeelde dat de bekering een nieuw feit is dat een hernieuwde toetsing rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker zijn bekering aannemelijk had gemaakt met originele documenten en verklaringen. Verweerder had het risico op vervolging onvoldoende gemotiveerd, vooral ten aanzien van de situatie van christenen in Irak en het ontbreken van specifieke risico’s vanwege bekeringsactiviteiten. Verzoekers stelling dat hij vreest voor vervolging vanwege het evangeliserende karakter van zijn geloof werd niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat verzoeker geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Irak. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op vervolging.