ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.A. Zijlstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en rechtmatig verblijf partner EU-onderdaan
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, stelde beroep in tegen de voortzetting van haar bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder getoetst en toen rechtmatig bevonden. Het geschil betrof nu de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring na het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiseres voerde aan dat verweerder niet voortvarend had gehandeld bij haar aanvraag om toetsing aan het EU-gemeenschapsrecht en dat zij als partner van een EU-onderdaan rechtmatig verblijf ontleent aan het gemeenschapsrecht. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat de rechtbank zelfstandig dient te beoordelen of aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf is voldaan.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet beschikte over een geldig paspoort, een vereiste voor rechtmatig verblijf volgens het Vreemdelingenbesluit 2000. Hierdoor ontbrak het aan rechtmatig verblijf en was de voortzetting van de bewaring niet in strijd met de wet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.