ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2176
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en uitzicht op verwijdering naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling in detentie te Zeist, is op 16 maart 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere ongegrondverklaring van zijn beroep tegen de bewaring, heeft hij opnieuw beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat het diplomatieke overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten nog steeds gaande is, waarbij in 2011 reeds twintig Chinese vreemdelingen zijn uitgezet. Eiser heeft verklaard in het bezit te zijn geweest van een identiteitskaart, waarvan het op zijn weg ligt om een kopie te overleggen. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die het uitzicht op verwijdering bevestigt.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat er geen grond is om te concluderen dat het uitzicht op verwijdering ontbreekt. Het voortduren van de bewaring is niet onredelijk of in strijd met de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die dit rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.