ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning in relatie tot vergelijkingsobjecten en motivering uitspraak bezwaar
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld. Verweerder baseerde de waardebepaling op verkoopcijfers van drie vergelijkbare woningen in dezelfde wijk, waarbij de hoogste verkoopprijzen zijn gehanteerd.
De rechtbank overweegt dat verweerder niet in strijd handelt met artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ door uit te gaan van de hoogste verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten. De door eiser aangevoerde lagere verkoopprijzen van andere panden zijn niet representatief, omdat deze onder bijzondere omstandigheden snel en tegen lagere prijzen zijn verkocht. Tevens acht de rechtbank de stelling dat de economische crisis op de waarde van de woning invloed had niet aannemelijk, aangezien dit effect pas merkbaar werd na de waardepeildatum.
Verder oordeelt de rechtbank dat de summiere uitspraak op bezwaar, in samenhang met een telefoongesprek tussen de taxateur en de gemachtigde van eiser, voldoende gemotiveerd is en niet leidt tot een ondeugdelijke motivering. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 734.000 wordt ongegrond verklaard.