ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A.M.M. Gijselaers
- R.M.M. Kleijkers
- B.T. Nijeholt
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens actuele bedreiging openbare orde
Eiser, een Belgische gemeenschapsonderdaan, werd door verweerder het verblijfsrecht in Nederland ontnomen en ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een actuele bedreiging van de openbare orde. Dit besluit volgde op een reeks ernstige strafrechtelijke veroordelingen, waaronder gewelds- en drugsdelicten, die een patroon van herhaald contact met justitie vertonen en een reëel gevaar voor recidive inhouden.
Eiser voerde aan dat hij sinds zijn detentie geen strafbare feiten meer had gepleegd, positief gedrag had vertoond en dat het enkele bestaan van strafrechtelijke veroordelingen niet zonder meer een actuele bedreiging kon rechtvaardigen. Hij stelde dat verweerder een onjuiste maatstaf had gehanteerd en dat er geen sprake was van een dringende situatie die een verkorte vertrektermijn rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormde, mede gelet op het herhalende patroon van ernstige delicten en het ontbreken van voldoende bewijs van positieve gedragsverandering. De verkorte vertrektermijn werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege het ontbreken van een concreet belang, aangezien eiser reeds was uitgezet.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat het belang van de overheid zwaarder woog dan dat van eiser, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring blijft in stand.