ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering gezinsbanden
Eiseres, een meerderjarig kind behorende tot het gezin van een vluchteling, kreeg in 2004 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In 2010 trok de minister deze vergunning met terugwerkende kracht in en wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd af, omdat eiseres Nederland in 2006 had verlaten.
Eiseres voerde aan dat de intrekking in strijd was met Europese richtlijnen, met name artikel 17 van Pro richtlijn 2003/86/EG, dat bescherming biedt aan gezinsleden bij intrekking van verblijfsvergunningen. De rechtbank oordeelde dat deze richtlijn wel degelijk van toepassing is op eiseres, ondanks dat zij meerderjarig is en een eigen gezin heeft, omdat Nederland een ruimere gezinsdefinitie hanteert.
De rechtbank stelde vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd hoe rekening is gehouden met de aard en hechtheid van de gezinsbanden en de familie-, culturele en sociale banden met het land van herkomst. Hierdoor voldoet het besluit niet aan de vereisten van artikel 3:46 Awb Pro en vernietigde het besluit. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de gezins- en familiebanden.