ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2785
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij weigering tewerkstellingsvergunning voor Roemeense seizoensarbeiders
Verzoekster diende aanvragen in voor 19 tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense seizoensarbeiders in de vollegrond groenteteelt. Verweerder verleende slechts 8 vergunningen voor maximaal 3 maanden en weigerde de overige 11. Verzoekster stelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, ontbrak aan een draagkrachtige motivering en in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod was voor de arbeidsplaatsen en dat de motivering van de weigering onvoldoende was. Tevens was het beleid plotseling gewijzigd zonder overleg, wat nadelig was voor de sector en mogelijk in strijd met standstillbepalingen uit toetredingsverdragen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de wervingsinspanningen van verzoekster niet onvoldoende waren en dat de door verweerder aangevoerde uitzendbureaus onvoldoende concreet aanbod hadden. Ook waren de voorwaarden en wijzigingen in lijsten van uitzendbureaus niet tijdig gecommuniceerd, wat het vertrouwensbeginsel schond.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar, en werd verweerder opgedragen verzoekster te behandelen alsof zij de gevraagde vergunningen had. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van 11 tewerkstellingsvergunningen wordt geschorst en verzoekster wordt behandeld alsof zij de vergunningen heeft ontvangen.