ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinshereniging meerderjarige kinderen na studie in België
Eisers, van Indonesische nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met hun meerderjarige zoon die in België studeert. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af, waarna eisers bezwaar en beroep instelden. De rechtbank stelde vast dat eisers niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 3 van Pro Richtlijn 2004/38/EG, omdat zij niet bij hun zoon in België verbleven. Hierdoor konden zij geen rechten ontlenen aan deze richtlijn.
De rechtbank overwoog verder dat het verschil in behandeling tussen burgers van de Unie die wel of niet gebruik maken van hun recht op vrij verkeer buiten de werking van het gemeenschapsrecht valt, conform het arrest Metock. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van verboden onderscheid op grond van nationaliteit in de zin van artikel 14 EVRM Pro, omdat eisers niet in gelijke gevallen waren met degenen die wel aan de voorwaarden voldeden.
Het beroep op het arrest Zambrano faalde omdat dit arrest betrekking heeft op minderjarige kinderen die anders dan in deze zaak het effectieve genot van hun rechten als EU-burger wordt ontzegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de verzoeken tot verlening van een verblijfsvergunning af.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de aanvragen voor een verblijfsvergunning worden afgewezen.