ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3121
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende bewijs overlast in opvanglocatie
Eiser werd op 26 juni 2011 in bewaring gesteld wegens vermeende overlast in een opvanglocatie, wat volgens verweerder het rechtmatig verblijf beëindigde. Eiser stelde dat hij nog rechtmatig verblijf had in afwachting van een asielaanvraag. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende bewijs leverde dat eiser overlast had veroorzaakt zoals bedoeld in de Vreemdelingencirculaire 2000, paragraaf C11/2.3.
Het proces-verbaal vermeldde geen bedreiging van medewerkers van het AZC, en de verbalisanten hadden dergelijk gedrag niet zelf waargenomen. Ook ontbrak overleg tussen het COA en de IND over de overlast, wat volgens beleid noodzakelijk is. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat het rechtmatig verblijf van eiser ten onrechte werd beëindigd bij inbewaringstelling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van € 2000 voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegekend. De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld vanwege het oordeel over de onrechtmatigheid van de bewaring.
Uitkomst: De bewaring van eiser is onrechtmatig verklaard en opgeheven met toekenning van een schadevergoeding van € 2000.