ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3396
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens illegaal verblijf zonder vertrektermijn
Verzoeker, een vreemdeling zonder geldig verblijf in Nederland, werd bij besluit van 29 mei 2011 verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten zonder een vertrektermijn te krijgen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het terugkeerbesluit te schorsen of een vertrektermijn van dertig dagen toe te kennen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet voorziet in een objectief criterium om het risico op onderduiken aan te nemen, zoals vereist door artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn. De enkele illegale binnenkomst en het niet proberen te legaliseren van het verblijf rechtvaardigen geen onmiddellijke vertrektermijn zonder mogelijkheid tot vrijwillige terugkeer.
Gelet op het ontbreken van een wettelijk onderbouwd risico op onderduiken en het feit dat verzoeker tijd nodig heeft om een paspoort te verkrijgen, werd een vertrektermijn van dertig dagen toegekend. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarmee toegewezen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vertrektermijn van dertig dagen voor vrijwillige terugkeer toegekend.