ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3397
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering en toetsing EVRM
Eiser werd op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een strafrechtelijke veroordeling. Verweerder voerde een belangenafweging uit, waarbij werd meegewogen dat eiser een first offender is en geen gewelds- of drugsmisdrijf pleegde. Eiser stelde dat verweerder een dubbele belangenafweging moest maken en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat artikel 67 Vw Pro 2000 een kan-bepaling is waarbij een belangenafweging plaatsvindt tussen persoonlijke belangen en het algemeen belang. Het bestreden besluit ontbrak een deugdelijke motivering over de belangenafweging en de wijze van toetsing aan artikel 4:84 Awb Pro. Tevens was ten onrechte geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro verricht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de belangenafweging in eisers nadeel uitviel.
Verder oordeelde de rechtbank dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was, waardoor artikel 3 EVRM Pro geen bescherming bood. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H.G. Odink op 29 juni 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.