ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3410
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf op basis van ervaringsgegevens in vreemdelingenzaak
Eiser werd op 16 mei 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en stelde beroep in tegen deze maatregel. Verweerder voerde aan dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, gebaseerd op ervaringsgegevens over illegale schoonmaakarbeid in de regio Kennemerland, waaronder een rapport van de International Labour Organisation (ILO) en bevindingen van buscontroles.
De rechtbank stelde vast dat het ILO-rapport niet duidelijk maakte op welke schaal illegale vreemdelingen schoonmaakwerkzaamheden verrichten en dat het aantal aangetroffen illegale vreemdelingen bij controles gering was. Hierdoor waren de ervaringsgegevens onvoldoende om een redelijk vermoeden van illegaal verblijf ten aanzien van eiser te rechtvaardigen.
Verweerder stelde dat eiser een vluchtpoging had gedaan, wat volgens de rechtbank een rechtmatig vermoeden van illegaal verblijf kon ondersteunen. De rechtbank oordeelde dat de staandehouding plaatsvond toen eiser daadwerkelijk werd aangehouden en dat de vluchtpoging aannemelijk was.
Verder werd geoordeeld dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij de voorbereiding van de uitzetting. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was en in redelijkheid gerechtvaardigd.
De uitspraak werd gedaan op 5 juli 2011 door rechter J. Jonkers.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.