ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3483
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Herhaalde ongewenstverklaring in strijd met vertrouwensbeginsel en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Congolese nationaliteit, werd in 2006 ongewenst verklaard vanwege strafbare feiten en het gevaar voor de openbare orde. De toepasselijkheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser stond echter al sinds 2005 vast. In 2009 werd de eerste ongewenstverklaring opgeheven zonder voorbehoud, waarna verweerder bijna tien maanden later een nieuwe ongewenstverklaring uitvaardigde, nu gebaseerd op artikel 1F en het belang van de internationale betrekkingen.
Eiser stelde dat deze herhaalde ongewenstverklaring onrechtmatig was omdat er geen nieuwe feiten waren en verweerder in strijd had gehandeld met het vertrouwensbeginsel. Verweerder betoogde dat de nieuwe wettelijke grondslag een nieuwe ongewenstverklaring rechtvaardigde en dat de eerdere toepassing van artikel 1F buiten het toetsingskader van de opheffing viel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had gemotiveerd waarom eiser niet reeds bij de eerste ongewenstverklaring mede op grond van artikel 1F was verklaard ongewenst, noch waarom hij niet direct bij de opheffing opnieuw ongewenst was verklaard. Dit was in strijd met het vertrouwensbeginsel en artikel 7:12 van Pro de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot herhaalde ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens strijd met het vertrouwensbeginsel.