ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende wettelijke criteria risico op onderduiken
Eiser ontving een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van nul dagen, omdat verweerder stelde dat eiser een risico op onderduiken vormde. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit in strijd was met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, omdat het risico op onderduiken niet gebaseerd was op objectieve, in wetgeving neergelegde criteria zoals vereist door artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn. De regeling in de Vreemdelingencirculaire 2000 voldeed niet aan dit vereiste niveau van regulering en ook artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bood geen voldoende grondslag.
Hoewel het besluit werd vernietigd, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Verweerder had namelijk gesteld dat eiser strafbare feiten had gepleegd en daardoor een gevaar vormde voor de openbare orde en nationale veiligheid. Eiser had niet gereageerd op dit standpunt. De rechtbank vond dit voldoende reden om de vertrektermijn van nul dagen te handhaven.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van objectieve wettelijke criteria bij het bepalen van het risico op onderduiken en bevestigt de mogelijkheid om rechtsgevolgen in stand te laten bij een gevaar voor de openbare orde.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende wettelijke criteria voor risico op onderduiken, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege gevaar voor de openbare orde.