ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3492
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel alleenstaande moeder Burundi wegens afschaffing categoriaal beschermingsbeleid
Eiseres, een alleenstaande moeder van Burundese nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor Burundi. In 2009 werd deze vergunning ingetrokken omdat het categoriaal beschermingsbeleid was afgeschaft. Eiseres voerde aan dat zij als alleenstaande moeder en terugkerende vluchteling een verhoogd risico loopt op seksueel geweld in Burundi.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het vertrouwensbeginsel niet had geschonden bij de intrekking, omdat de vergunning tijdelijk was en het afschaffen van het beschermingsbeleid binnen de beleidsvrijheid viel. De rechtbank stelde echter vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het risico op seksueel geweld voor eiseres als alleenstaande moeder niet tot bescherming leidde, terwijl rapporten van onder meer ACAT Burundi en Amnesty International juist een verhoogd risico voor deze kwetsbare groep aangeven.
Verder concludeerde de rechtbank dat het asielrelaas van eiseres deels tegenstrijdig was en dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van sommige verklaringen. Desondanks was het onvoldoende om de bescherming te weigeren zonder nader onderzoek naar het individuele risico. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op seksueel geweld bij terugkeer.