ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4071
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken wegens overdracht aan Duitsland en Polen ondanks gezinsbelangen
Eisers, een gezin met een minderjarig kind, dienden asielverzoeken in Nederland in, maar deze werden afgewezen omdat Duitsland en Polen verantwoordelijk werden geacht voor de behandeling. Eisers voerden aan dat overdracht zou leiden tot gezinscheiding en schending van het belang van het kind volgens het IVRK en het Handvest van de EU.
De rechtbank overwoog dat het beroep op artikel 3 IVRK Pro niet verder reikt dan artikel 24 van Pro het Handvest en dat het belang van het kind voldoende was meegewogen. De gezinsband bestond niet in het land van herkomst en de overdracht aan verschillende lidstaten was daarom gerechtvaardigd. De rechtbank stelde dat het kind niet te allen tijde bij beide ouders hoeft te verblijven.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen bijzondere individuele omstandigheden zag die de behandeling van de asielverzoeken in Nederland rechtvaardigden. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de overdracht van hun asielverzoeken aan Duitsland en Polen worden ongegrond verklaard.