ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4108
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bijdrage in kosten huishouding na feitelijk uiteengaan van gehuwden zonder echtscheidingsprocedure
Partijen zijn gehuwd en wonen niet meer samen, met twee minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. De vrouw verzoekt een bijdrage van de man in de kosten van de huishouding op grond van artikel 1:84 BW Pro. De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van het inkomen en vermogen van partijen, niet volgens het Trema-draagkrachtmodel.
De vrouw stelt kosten van €1.002,75 per maand voor, verdeeld over huur, energiekosten, kosten voor de kinderen en zichzelf. De man voert verweer en betwist de hoogte van de kosten en geeft zijn eigen financiële situatie weer, inclusief schuldenlast. De rechtbank stelt vast dat de vrouw geen inkomen heeft en het netto besteedbaar inkomen van de man €1.575,- per maand bedraagt.
Gezien de financiële situatie en schulden van partijen stelt de rechtbank de kosten van de vrouw op €600,- en die van de man op €500,- plus een aflossing van €750,-. De totale kosten overschrijden het netto gezinsinkomen, waardoor ook het vermogen moet worden aangesproken, maar er is geen vermogen beschikbaar. Daarom wordt een bijdrage van €325,- per maand door de man aan de vrouw vastgesteld, ingaande per heden, zonder terugwerkende kracht om schuldenopbouw te voorkomen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Man moet vanaf heden €325,- per maand bijdragen in de kosten van huishouding van de vrouw zonder terugwerkende kracht.