ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4127
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Executie vonnissen op pand Republiek Congo niet onrechtmatig ondanks diplomatieke immuniteit
In deze zaak staat centraal of [Z.] zijn vordering, vastgesteld in vonnissen van 3 november 2010 en 15 december 2010, op een pand in Den Haag mag verhalen. Het pand is eigendom van de Republiek Congo en was eerder in gebruik als ambassade, maar sinds 2009 is de diplomatieke zending verplaatst naar Brussel.
De Staat heeft namens de Republiek Congo een aanzegging gedaan op grond van artikel 3a van de Gerechtsdeurwaarderswet, stellende dat de beslagen in strijd zijn met het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer, dat het pand en de archieven onschendbaar verklaart. De voorzieningenrechter overweegt echter dat het pand sinds 2009 niet meer voor diplomatieke doeleinden wordt gebruikt en dat tijdelijke leegstand geen toekomstig diplomatiek gebruik impliceert.
De rechter acht de executie van de vonnissen niet onrechtmatig, mede omdat het pand niet langer een acta iure imperii betreft, maar een zakelijke relatie tussen partijen. De aanzegging van de Staat wordt daarom opgeheven. Elke partij draagt haar eigen proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en op 5 juli 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De executie van de vonnissen op het pand van de Republiek Congo wordt niet onrechtmatig verklaard en de aanzegging van de Staat wordt opgeheven.