ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4379
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen horen getuigen in Sri Lanka zonder aanwezigheid raadslieden
In deze strafzaak heeft de rechtbank te 's-Gravenhage op 9 juni 2011 een beschikking gegeven over het bezwaar van verdachte ex artikel 208 Wetboek Pro van Strafvordering. Verdachte maakte bezwaar tegen het horen van getuigen in Sri Lanka door de rechter-commissaris zonder dat zijn raadsman daarbij aanwezig kon zijn. De rechter-commissaris had toestemming gekregen van de Sri Lankaanse autoriteiten om getuigen te horen, maar deze toestemming stond niet toe dat de raadsman aanwezig was tijdens de verhoren.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet ontvankelijk was omdat de behandeling ter terechtzitting reeds was begonnen en er geen sprake meer was van een gerechtelijk vooronderzoek. Artikel 208 Sv Pro is alleen van toepassing tijdens het gerechtelijk vooronderzoek en biedt de verdachte de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen weigering van de rechter-commissaris om getuigen te horen. Nu de rechtbank al beslissingen had genomen over het horen van getuigen, lag de bevoegdheid om hierover te oordelen uitsluitend bij de rechtbank en niet bij de raadkamer.
De rechtbank overwoog verder dat het niet nodig was om te beoordelen of er daadwerkelijk sprake was van een weigering door de rechter-commissaris. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verdachte was niet aanwezig bij de behandeling van het bezwaar, maar zijn raadsman heeft het bezwaar toegelicht. De beschikking is ondertekend door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen het horen van getuigen in Sri Lanka zonder aanwezigheid van zijn raadsman.