ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5296
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs reisroute en ongeloofwaardig asielrelaas
Verzoeker, een Iraanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door verweerder werd afgewezen omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn asielverzoek gegrond was. Verzoeker stelde dat hij in 2009 deelnam aan een illegale demonstratie in Teheran, waarbij hij werd gearresteerd, mishandeld en gevangen gezet, waarna hij wist te ontsnappen en via Turkije naar Nederland reisde.
Verweerder stelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd van zijn reisroute van Turkije naar Nederland en onvoldoende gedetailleerd kon verklaren over de reis, hetgeen twijfel opriep over de geloofwaardigheid van zijn relaas. Ook werd het overgelegde arrestatiebevel betwijfeld vanwege inconsistenties en het ontbreken van authenticiteit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt mocht stellen dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen enkel indicatief bewijs van zijn reis kon overleggen. Tevens werd geoordeeld dat de verklaringen over de ontsnapping niet geloofwaardig waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardig asielrelaas.