ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6032
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onmiddellijke uitzetting vreemdeling met Nederlandse partner en kind
Verzoekster, een vreemdeling met een Nederlandse partner en een jong Nederlands kind, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd waarin onmiddellijke uitzetting werd bevolen. Verweerder stelde dat op grond van artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 sprake was van een objectief criterium voor risico op onderduiken, waardoor geen vertrektermijn hoefde te worden toegekend.
Verzoekster voerde aan dat dit criterium niet objectief is en verwees naar de Terugkeerrichtlijn en jurisprudentie die een individuele beoordeling van het risico op onderduiken vereist. Tevens wees zij op haar zwangerschap en de garantie van haar partner voor haar kosten, omstandigheden die volgens haar meegewogen hadden moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vertrektermijn niet verlengd of toegekend zou moeten worden, en dat de omstandigheden van verzoekster niet zijn meegewogen. Daarom werd het terugkeerbesluit geschorst en de uitzetting verboden tot vier weken na het besluit op bezwaar. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit is geschorst en de uitzetting van verzoekster verboden tot vier weken na het besluit op bezwaar.