ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6179
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.Th. Nijhuis
- M.E. Groeneveld-Stubbe
- W.A.G.J. Ferenschild
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens bezit Marokkaanse nationaliteit tijdens minderjarigheid
Verzoeker, geboren in 1967 uit een naar Nederlands recht geldig huwelijk met een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader, verzocht de rechtbank vast te stellen dat hij sinds zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij stelde dat hij volgens de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap van 1892 (WNI) de Nederlandse nationaliteit had verkregen en dat hij de Marokkaanse nationaliteit niet vrijwillig had verworven.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees het verzoek af, stellende dat tijdens de minderjarigheid van verzoeker is vastgesteld dat hij dezelfde nationaliteit als zijn vader bezat, waardoor hij geacht moet worden nimmer de Nederlandse nationaliteit te hebben gehad. De rechtbank oordeelde dat het huwelijk van de ouders niet als rechtsgeldig werd erkend volgens de Marokkaanse wet, maar dat verzoeker toch de Marokkaanse nationaliteit kon hebben verkregen door registratie van zijn geboorteakte in Marokko en het bezit van een Marokkaans paspoort tijdens zijn minderjarigheid.
De rechtbank concludeerde dat gedurende de minderjarigheid van verzoeker voldoende is komen vast te staan dat hij dezelfde nationaliteit als zijn vader bezat, waardoor het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit moest worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat tijdens de minderjarigheid is vastgesteld dat verzoeker dezelfde Marokkaanse nationaliteit bezat als zijn vader.