ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6232
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening teveel doorgebrachte detentietijd met andere straf
Eiser heeft in verschillende strafzaken gevangenisstraffen opgelegd gekregen en heeft een deel van de detentie in voorarrest doorgebracht. Na een vrijspraak in één zaak en een veroordeling in een andere, vordert eiser dat de vier maanden teveel doorgebrachte voorlopige hechtenis worden verrekend met een andere gevangenisstraf. De voorzieningenrechter overweegt dat de verplichting tot executie van opgelegde straffen rust bij gedaagde en dat voor een afwijking een wettelijke grondslag vereist is.
De rechtbank stelt vast dat artikel 90 lid 4 Sv Pro niet van toepassing is omdat sprake is van één gevoegde zaak en niet van beëindiging van een strafzaak zonder strafoplegging. Ook artikel 27 Sr Pro biedt geen grondslag voor de gewenste verrekening. Bovendien is de bevoegdheid tot verrekening exclusief aan de strafrechter toebedeeld, niet aan het openbaar ministerie of de voorzieningenrechter in kort geding.
Het beroep op redelijkheid en billijkheid en op toekomstige wetgeving wordt verworpen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat de executieplicht strikt volgens de opgelegde straffen moet worden nageleefd.
Uitkomst: De vordering tot verrekening van teveel doorgebrachte detentietijd met een andere gevangenisstraf wordt afgewezen.