ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsbeperkende maatregel tegen uitgeprocedeerde vreemdelingen
Eiseres sub 1 en haar minderjarige kind, beiden van Mongolische nationaliteit, zijn uitgeprocedeerd en hebben een vertrekplicht uit Nederland. Aanvankelijk was aan eiseres sub 1 een uitstel van vertrek verleend tot 9 februari 2011, maar sindsdien zijn zij niet vrijwillig vertrokken. Verweerder heeft een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van het belang van de openbare orde en het vermoeden dat spoedig vertrek wordt belemmerd, onder meer vanwege onvoldoende eigen middelen en twijfel over een vaste verblijfplaats.
Eiseressen betwisten de relatiebreuk met de partner van eiseres sub 1 en stellen dat zij nog steeds op diens adres wonen. De rechtbank oordeelt dat het besluit en de onderliggende argumenten van verweerder standhouden bij toetsing in rechte. De gezinsomstandigheden en het belang van de opleiding van de minderjarige worden minder zwaar gewogen dan het belang van de openbare orde.
De rechtbank gaat voorbij aan het argument dat er geen vrees voor onderduiking zou zijn, omdat verweerder dit niet als motief heeft aangevoerd. Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsbeperkende maatregel blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.