ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6510
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onrechtmatige inkomenseis en gefingeerd dienstverband
Eiser kreeg op 25 april 2006 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf bij echtgenote. Verweerder trok deze vergunning in december 2010 met terugwerkende kracht in wegens onjuiste gegevens over het inkomen van de echtgenote, gebaseerd op een gefingeerd dienstverband met een werkgever. De Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD) concludeerde dat het dienstverband gefingeerd was, mede omdat het loon werd terugbetaald.
De rechtbank overweegt dat de gehanteerde inkomensnorm van 120% van het minimumloon, zoals vereist bij de aanvraag, onrechtmatig is verklaard door het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Chakroun. Deze norm had daarom niet met terugwerkende kracht mogen worden toegepast bij de intrekking. Daarnaast is onvoldoende vastgesteld of met het inkomen van de echtgenote voldaan werd aan de 100%-norm die wel in overeenstemming is met Europese regels.
De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij de juiste inkomensnorm moet worden toegepast. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser. De overige gronden van eiser laat de rechtbank onbesproken.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd omdat de 120%-inkomenseis onrechtmatig was en een nieuw besluit moet worden genomen.