ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6639
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.P. Glerum
- W.T. Nuninga
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht bij weigering visum kort verblijf ondanks geringe sociale en economische binding
Eiser, een Srilankaanse nationaliteit, vroeg op 3 mei 2010 een visum kort verblijf aan bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Colombo. De aanvraag werd op 4 mei 2010 afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, waarop verweerder het bezwaar op 14 februari 2011 kennelijk ongegrond verklaarde. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiser of diens referent tijdens de bezwaarprocedure, hetgeen een schending van de hoorplicht inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank stelde vast dat verweerder in het primaire besluit onvoldoende had gemotiveerd op welke punten eiser valse verklaringen zou hebben afgelegd.
Desondanks handhaafde de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit omdat verweerder terecht het criterium van sociale en economische binding mocht hanteren om te beoordelen of terugkeer naar Sri Lanka aannemelijk was. Gezien de geringe binding van eiser met zijn land van herkomst achtte de rechtbank terugkeer niet aannemelijk, waardoor het visum geweigerd mocht worden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege onvoldoende sociale en economische binding.