ECLI:NL:RBSGR:2011:BR7121
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en gevolgen van kostenmaatschap en maatschap tussen huisartsen
Partijen, allen huisartsen, namen deel aan een kostenmaatschap en een aparte maatschap tussen [A] en [B]. [E] zegde de kostenmaatschap op per 1 juli 2011, en [B] beëindigde de maatschap met [A] met inachtneming van de opzegtermijn. [A] betwistte de beëindiging en stelde vernietiging van de opzegging wegens strijd met redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de kostenmaatschap rechtsgeldig was ontbonden door de opzegging van [E], aangezien er geen voortzettingsbeding was. Ook de maatschap tussen [A] en [B] was rechtsgeldig beëindigd, ondanks het terugkomen van [A] op haar acceptatie. De problemen in de samenwerking waren dermate geëscaleerd dat voortzetting niet redelijk was.
Vorderingen van [A] om de beëindiging ongedaan te maken, toegang tot praktijkruimte en schadevergoeding wegens goodwill werden afgewezen. [A] werd veroordeeld tot ontruiming van de praktijkruimte vóór 1 november 2011, met een dwangsom bij niet-nakoming. Tevens werd een voorschot op schadevergoeding toegewezen vanwege de ongelijke verdeling van patiënten, waarbij [A] meer patiënten behield dan de afgesproken 50/50 verdeling.
De rechtbank legde de kosten van het geding aan [A] op en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kostenmaatschap en maatschap zijn per 1 juli 2011 geëindigd; [A] moet praktijkruimte ontruimen en een voorschot op schadevergoeding betalen.