ECLI:NL:RBSGR:2011:BS8942
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening partneralimentatie en voortgezet gebruik echtelijke woning bij echtscheiding
In deze echtscheidingsprocedure stond centraal de berekening van de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw en de vaststelling van partneralimentatie. De man stelde dat de behoefte van de vrouw aan de hand van een concreet behoefteoverzicht moest worden vastgesteld, terwijl de vrouw de Hofnorm als maatstaf wenste. De rechtbank koos voor de Hofnorm als uitgangspunt, omdat deze een goede maatstaf biedt voor de huwelijkse welstand en de te verwachten kosten van levensonderhoud.
De rechtbank nam het inkomen van de man en vrouw uit 2009 als basis en berekende de behoefte van de vrouw op € 4.855 netto per maand, verminderd met haar eigen inkomen en de helft van haar pensioenuitkering, wat resulteerde in een netto behoefte van € 3.068 per maand. De man kon op grond van zijn draagkracht een bruto partneralimentatie van € 3.644 per maand betalen. Daarnaast werd de vrouw het voortgezet gebruik van de echtelijke woning toegekend voor zes maanden na inschrijving van de echtscheiding.
De man had bezwaar gemaakt tegen de duur van de alimentatie en de wijze van berekening, maar de rechtbank oordeelde dat wijziging van de alimentatie bij veranderde omstandigheden kan worden verzocht. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd aangehouden om partijen gelegenheid te geven tot overleg en overeenstemming te komen.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €3.644 bruto per maand en voortgezet gebruik van de echtelijke woning toegekend voor zes maanden na inschrijving echtscheiding.