ECLI:NL:RBSGR:2011:BT1664
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit zonder termijn vrijwillig vertrek
Verzoekster, een Chinese onderdaan, ontving op 29 augustus 2011 een terugkeerbesluit waarin geen termijn voor vrijwillig vertrek was opgenomen. Zij maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster belang had bij beoordeling van haar verzoek omdat het ontbreken van een termijn voor vrijwillig vertrek gevolgen kan hebben voor de rechtmatigheid van haar bewaring.
Uit het proces-verbaal van gehoor bleek dat verzoekster vóór het uitreiken van het terugkeerbesluit uitdrukkelijk had verklaard niet terug te willen keren naar China en Nederland niet te willen verlaten. Tijdens het vertrekgesprek en ter zitting hield zij dit standpunt vol. Op grond van een richtlijnconforme interpretatie van de Terugkeerrichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000 kon het niet toekennen van een termijn voor vrijwillig vertrek alleen op aanvraag van de vreemdeling plaatsvinden.
Omdat verzoekster geen verzoek had ingediend en duidelijk had gemaakt niet te willen vertrekken, was het besluit om geen termijn toe te kennen rechtmatig. Het bezwaar had daarom geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit zonder termijn voor vrijwillig vertrek wordt afgewezen.