ECLI:NL:RBSGR:2011:BT1695
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs onjuiste gegevens
Eiseres diende in 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke in 2007 werd verleend. In 2011 trok verweerder deze vergunning in op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens, waaronder het gebruik van een valse naam en vervalste documenten.
Eiseres voerde aan dat zij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze te geven en dat de getuigenverklaringen waarop verweerder zich baseert niet controleerbaar zijn. De rechtbank stelde vast dat het voornemen tot intrekking aangetekend naar het juiste adres was verzonden en dat het niet ontvangen hiervan voor risico van eiseres komt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de intrekkingsgrond zich voordoet, mede doordat de relevante getuigenverklaringen ontbreken in het dossier. Verweerder had zelf onderzoek moeten verrichten om de feiten te onderbouwen.
Daarom is het besluit tot intrekking vernietigd en is verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. Het beroep is gegrond verklaard en partijen is de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onjuiste gegevens.