ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2345
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag tijdens besluitmoratorium
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het verzet van de minister voor Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 juni 2011. De rechtbank had geoordeeld dat de minister niet tijdig had beslist op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel van een Ivoriaanse aanvrager en had het besluit (het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen) vernietigd. De rechtbank liet de rechtsgevolgen echter in stand vanwege het ingestelde besluitmoratorium voor Ivoorkust.
De minister richt zijn verzet tegen de uitleg van de rechtbank dat hij niet eerder dan na 11 augustus 2011 hoefde te beslissen vanwege het moratorium. De rechtbank overweegt dat het verzet zich alleen richt op de uitleg van de gevolgen van het besluitmoratorium en niet op het oordeel dat het besluit niet tijdig is genomen. De rechtbank bevestigt dat de toepassing van artikel 8:54 Awb Pro correct is en dat de vraag wanneer de minister wel moet beslissen buiten de verzetsprocedure valt.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en handhaaft de eerdere uitspraak. Er staat geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak open.
Uitkomst: Het verzet van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.