ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2465
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geen individuele en buitensporige last door Wet herstructurering varkenshouderij
Eiser, een agrariër met een varkenshouderij, vordert vergoeding van vermogensschade vanwege een korting van 66% op zijn niet-gebonden mestproductierechten na invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv). Hij stelt dat deze wet een individuele en buitensporige last voor hem vormt, omdat hij zijn mestproductierechten als oudedagvoorziening wilde gebruiken en de Staat verwachtingen heeft gewekt dat deze rechten verhandelbaar zouden blijven.
De rechtbank overweegt dat de Whv in eerdere jurisprudentie door de Hoge Raad is bevestigd als een legitieme regeling die in principe geen grond biedt voor buiten toepassing laten van de wet, tenzij sprake is van een individuele en buitensporige last. Eiser heeft echter geen bijzondere omstandigheden gesteld die dit aantonen; hij heeft zijn rechten niet tegen betaling verworven en geen investeringen gedaan die door de wet hun waarde verloren.
Verder heeft eiser de mogelijkheid gehad om zijn mestproductierechten te verkopen in de periode vóór de Whv, maar hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de Staat geen verwachtingen heeft gewekt over de permanente verhandelbaarheid van mestproductierechten, mede omdat de Wet verplaatsing mestproductie een beperkte werkingsduur kende.
Daarom concludeert de rechtbank dat de invoering van de Whv voor eiser geen individuele en buitensporige last heeft veroorzaakt. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat geen sprake is van een individuele en buitensporige last door de Wet herstructurering varkenshouderij.