ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens verhoogde heffingskorting na bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de navordering van inkomstenbelasting centraal, waarbij eiseres en haar partner primitieve aanslagen ontvingen vanwege vermeende inkomsten uit autohandel. Beide maakten bezwaar, wat leidde tot vermindering van de aanslagen. Omdat het bezwaar van eiseres eerder werd afgedaan, kreeg zij tijdelijk recht op de verhoogde heffingskorting. Na vermindering van de aanslag van haar partner verviel dit recht echter weer, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van een nieuw feit op het moment van vermindering van de aanslag van eiseres en oordeelde dat de inspecteur toen al redelijkerwijs bekend had moeten zijn dat ook het bezwaar van haar partner zou worden gehonoreerd. Hierdoor was geen sprake van een nieuw feit in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Voorts stelde de rechtbank dat het niet gelijktijdig afhandelen van de bezwaarschriften geen fout van de inspecteur oplevert zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder c van de Awr. De vermindering van de aanslagen vond plaats op basis van de toen bekende feiten. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat geen nieuw feit aanwezig is en geen fout van de inspecteur is vastgesteld.