ECLI:NL:RBSGR:2011:BT6921
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij openen autodeur
Op 28 september 2010 opende verdachte zonder voldoende te kijken het portier van zijn auto langs een fietspad in Delft, waardoor een fietsster tegen het portier botste en zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder een hersenbloeding en een gebroken vinger.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens aanmerkelijk onvoorzichtig handelen in het verkeer, terwijl de verdediging stelde dat het letsel onvoldoende verband hield met het ongeval en dat verdachte niet roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld. Ook werd medeschuld van het slachtoffer aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar een verkeersfout had gemaakt door het portier zonder voldoende om zich heen te kijken te openen, maar dat dit niet volstond voor aanmerkelijke onvoorzichtigheid in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde.
Het vonnis benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het openen van autodeuren en bevestigt dat niet elke verkeersfout automatisch leidt tot strafrechtelijke aansprakelijkheid wanneer de mate van onvoorzichtigheid niet aanmerkelijk is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij het openen van het autodeur.