ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7160
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht premies volksverzekeringen bij Rijnvarenden en toepassing Rijnvarendenverdrag
Eiser, een Duitse ingezetene die in 2007 werkzaam was op een binnenvaartschip dat in de Rijnvaart wordt gebruikt, betwistte de verzekeringsplicht voor premies volksverzekeringen in Nederland. Het schip is geregistreerd in Nederland en behoort tot de onderneming van een Nederlandse vennootschap. Eiser voerde aan dat op hem de sociale zekerheidswetgeving van Luxemburg van toepassing zou zijn, gebaseerd op een verklaring E-101 en de Verordening 1408/71.
De rechtbank stelde vast dat het Rijnvarendenverdrag van toepassing is op eiser als rijnvarende, omdat hij beroepsarbeid verrichtte aan boord van een schip met een Rijnvaartcertificaat. Hierdoor is de Verordening 1408/71 niet van toepassing. De verzekeringsplicht wordt bepaald door de zetel van de onderneming die het schip exploiteert. Eiser slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat deze zetel in Luxemburg is gevestigd; het schip behoorde tot de Nederlandse onderneming.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat eiser geen concrete gevallen van ongelijke behandeling aannemelijk maakte. De verzuimboete wegens het niet doen van aangifte is terecht opgelegd, aangezien eiser ondanks aanmaningen geen aangifte heeft ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Eiser is verplicht verzekerd in Nederland op grond van het Rijnvarendenverdrag en de verzuimboete is terecht opgelegd.