ECLI:NL:RBSGR:2011:BT7276
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op uitlevering aan Suriname ondanks mensenrechtelijke zorgen
Eiser, met Surinaamse nationaliteit en verblijvend in Nederland, werd door Suriname gevraagd voor uitlevering wegens medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank Groningen verklaarde de uitlevering toelaatbaar, waarna de Minister van Veiligheid en Justitie besloot tot uitlevering na garanties van Suriname dat de doodstraf niet zal worden opgelegd of uitgevoerd.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op uitlevering, stellende dat hij risico loopt op schending van mensenrechten, waaronder marteling en een oneerlijk proces, en dat de Minister onrechtmatig handelde door geen dubbele terugkeergarantie te bedingen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep op dubbele terugkeergarantie geen verdragsgrondslag heeft en dat de Hoge Raad reeds had geoordeeld dat eerdere marteling in 2002 niet tot ontoelaatbaarheid van uitlevering leidde.
De voorzieningenrechter stelde dat Suriname als verzoekende staat in beginsel de fundamentele rechten uit het EVRM en IVBPR respecteert en dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij een reëel risico loopt op foltering, mishandeling of een oneerlijk proces. De garanties van Suriname omtrent de doodstraf werden als betrouwbaar beoordeeld. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op uitlevering aan Suriname wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.