ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8362
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Mandeeërs wegens onvoldoende motivering risico artikel 3 EVRM
Verzoekers, van Iraakse nationaliteit en behorend tot de Mandeeërs, vroegen asiel aan, maar hun aanvragen werden op 29 augustus 2011 afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van hun relaas en gebrek aan documenten ter staving van hun reisroute.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebruik van een niet-beëdigde tolk tijdens het nader gehoor niet gegrond was omdat niet was gebleken van de vereiste spoed en dat slechts één aspect van het relaas mogelijk door vertaalproblemen was beïnvloed. De overige ongeloofwaardige elementen konden het standpunt van verweerder dragen.
Echter, de rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het behoren tot de Mandeeërs niet leidde tot een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij terugkeer naar Irak, ondanks de ernstige gewelddadigheden en het onvermogen van de Iraakse autoriteiten om hen te beschermen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verzoekers kregen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent risico op strijdige behandeling voor Mandeeërs.