ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8475
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping adoptie wegens schending recht op privé- en gezinsleven
Een 49-jarige man verzocht de rechtbank om de adoptie, uitgesproken in 1968, te herroepen. Volgens artikel 1:231 lid 2 BW Pro moet een verzoek tot herroeping binnen twee tot vijf jaar na meerderjarigheid worden ingediend, wat hier niet het geval was. De rechtbank erkende echter dat deze termijn een inmenging vormt in het recht op privé- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De man had sinds zijn vijftiende contact met zijn biologische ouders en was erkend door zijn biologische vader volgens Italiaans recht. Hij ervoer het ontbreken van juridische banden met zijn biologische moeder als een inbreuk op zijn familie- en gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat het belang van de man bij herroeping zwaarder woog dan de belangen van rechtszekerheid en bescherming van derden.
De rechtbank was overtuigd van de redelijkheid van het verzoek, mede doordat de man zijn kinderen en familieleden had geraadpleegd en geen bezwaar bestond. De herroeping werd daarom toegewezen, waarmee de juridische banden met de adoptiefouders werden verbroken en de familierechtelijke banden met de biologische ouders herleefden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot herroeping van de adoptie toe ondanks overschrijding van de wettelijke termijn wegens strijdigheid met artikel 8 EVRM.