ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.K.A. Efstratiades
- I. Obbink-Reijngoud
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Premieplicht voor volksverzekeringen van binnenvaartschipper op Rijnvarend schip
Eiser, geboren in 1975 en woonachtig in Rotterdam, werkte in 2005 als loondienstmedewerker op een motortankschip dat op de Rijn en haar zijrivieren voer. Het schip was geregistreerd in Duitsland en voorzien van een Rijnvaartverklaring. De verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen werd door verweerder toegewezen aan Nederland op grond van het Rijnvarendenverdrag.
Eiser betwistte de premieplicht in Nederland en stelde dat hij verzekerd was in Luxemburg op basis van de Verordening (EG) nr. 1408/71 en een E106-verklaring. De rechtbank stelde vast dat het Rijnvarendenverdrag voorrang heeft op de Verordening en dat eiser als rijnvarende in de zin van het verdrag moet worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de onderneming waartoe het schip behoort, wordt geëxploiteerd door de eigenaar [E] en niet door de werkgever [C]. De zetel van deze onderneming was niet in Nederland, maar de belangrijkste leiding werd aan boord van het schip uitgeoefend. Het schip had de nauwe band met Nederland, waar het merendeels voer en bevracht werd.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat eiser in Nederland premieplichtig was voor de volksverzekeringen in 2005. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de premieplicht van eiser in Nederland voor de volksverzekeringen over 2005.