ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8661
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptie meerderjarige en erkenning Turkmeense adoptiebeslissing
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek tot adoptie van een meerderjarige, geboren in de Sovjet-Unie, waarbij het primaire verzoek tot adoptie naar Nederlands recht werd afgewezen vanwege het wettelijke vereiste dat het kind op de dag van het verzoek minderjarig moet zijn (art. 1:228 BW Pro). Verzoekers voerden aan dat deze grens een ongerechtvaardigde inbreuk vormt op het recht op family life en de persoonlijke ontwikkeling van de meerderjarige, mede gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro geen recht op adoptie garandeert en dat het hanteren van de meerderjarigheidsgrens geen inbreuk maakt op de persoonlijke ontwikkeling. Ook het feit dat de meerderjarige jarenlang abusievelijk een Nederlands paspoort had, rechtvaardigt geen uitzondering. Het verzoek tot adoptie werd daarom afgewezen.
Subsidiair werd de Turkmeense adoptiebeslissing uit 2002 erkend. De rechtbank stelde vast dat de adoptie was uitgesproken door een bevoegde Turkmeense autoriteit en dat aan de eisen van behoorlijk onderzoek en rechtspleging was voldaan. Er was geen strijdigheid met de Nederlandse openbare orde. De Turkmeense adoptie werd daarom erkend en de ambtenaar van de burgerlijke stand werd gelast deze adoptie in te schrijven in het Nederlandse register.
De rechtbank concludeerde dat de meerderjarige door de Turkmeense adoptie in familierechtelijke betrekkingen tot verzoeker staat, maar dat het primaire verzoek tot adoptie naar Nederlands recht niet kan worden ingewilligd. De geboortegegevens worden in een afzonderlijke beschikking vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de meerderjarige is afgewezen, maar de Turkmeense adoptiebeslissing is erkend en wordt ingeschreven in de Nederlandse burgerlijke stand.