ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, diende op 9 september 2010 een aanvraag in voor verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden nam verweerder niet tijdig een besluit, waarop eiseres op 29 april 2011 beroep instelde wegens niet tijdig beslissen.
Verweerder had de beslistermijn op 25 maart 2011 met zes maanden verlengd, maar dit gebeurde buiten de oorspronkelijke beslistermijn, waardoor deze verlenging niet rechtsgeldig was. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn op 9 maart 2011 was geëindigd en dat verweerder in strijd met artikel 42, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 niet tijdig had beslist.
Hoewel verweerder een onderzoek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken had aangevraagd dat naar verwachting zes maanden zou duren, achtte de rechtbank dit een bijzondere omstandigheid die een andere termijn rechtvaardigde. De rechtbank droeg verweerder op om uiterlijk 1 januari 2012 een besluit te nemen en binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze een definitief besluit te publiceren, onder oplegging van een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres ter hoogte van €874. De uitspraak werd gedaan door rechter Schothorst op 28 september 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen gestelde termijnen alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.