ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8791
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op ernstige schade in Afghanistan
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van documenten ter staving van zijn reisroute en het ontbreken van positieve overtuigingskracht van zijn asielrelaas. Eiser stelde dat hij in een madrassa was opgeleid tot zelfmoordterrorist, maar verweerder oordeelde dat dit verhaal ongeloofwaardig was, mede omdat eiser geen details kon geven over medestudenten en het onwaarschijnlijk was dat de Taliban hem zonder toezicht zijn familie zou laten bezoeken.
Eiser voerde aan dat de veiligheidssituatie in de provincie Herat was verslechterd en dat België op grond van de Definitierichtlijn een ruimer beschermingsbeleid voert, maar de rechtbank stelde vast dat uit de stukken niet bleek dat België de situatie in Afghanistan als uitzonderlijk kwalificeert zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. De rechtbank oordeelde dat de veiligheidssituatie in Herat niet zodanig verslechterd is dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser het onderzoek naar opvangmogelijkheden in Afghanistan frustreert door zijn ongeloofwaardige verklaringen, waardoor hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende risico op ernstige schade.