ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8823
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.E. van Diepen
- R. Sipkens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het besluit over feitelijke afhankelijkheid van stiefvader in vreemdelingenrecht
Eiser, van Dominicaanse nationaliteit en sinds zijn veertiende in Nederland verblijvend, had zijn verblijfsvergunning ingetrokken gekregen. Hij vroeg een nieuw document aan waaruit zijn rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. De kern van het geschil was of eiser ten laste was van zijn stiefvader in de fictieve situatie dat hij in zijn land van herkomst verbleef.
Verweerder stelde dat eiser in de Dominicaanse Republiek zelf in zijn onderhoud kon voorzien en daarom niet ten laste was. De rechtbank oordeelde echter dat volgens Europese richtsnoeren en jurisprudentie het gaat om feitelijke afhankelijkheid, ongeacht het vermogen tot zelfvoorziening.
De rechtbank stelde vast dat eiser in Nederland volledig afhankelijk is van zijn moeder en stiefvader en dat deze situatie vertaald naar de Dominicaanse Republiek ook zou gelden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten en vergoedde het betaalde griffierecht aan eiser. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste beoordeling van feitelijke afhankelijkheid.