ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8866
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.S.F. Voskens
- Rechtspraak.nl
Recht op vergoeding proceskosten bij onrechtmatige afwijzing EU-verblijfskaart
Eiser verzocht om een document dat het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, maar dit werd aanvankelijk door verweerder afgewezen. Na bezwaar werd het besluit gegrond verklaard, maar de vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten werd alsnog geweigerd. De rechtbank stelde vast dat de Belgische autoriteiten na deugdelijk onderzoek een EU-verblijfskaart aan eiser hadden verstrekt, en dat verweerder ten onrechte dit oordeel in twijfel trok zonder gegronde aanwijzingen van misbruik.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij lidstaten elkaars besluiten dienen te respecteren tenzij er gegronde redenen zijn om aan de rechtmatigheid te twijfelen. Verweerder had geen bewijs van misbruik of onjuiste verstrekking van de verblijfskaart door België. Ook bleek uit de stukken en de hoorzitting dat het verblijf in België reëel en daadwerkelijk was, ondanks banden met Nederland.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten en het griffierecht, evenals de proceskosten in beroep. De uitspraak bevestigt het belang van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de bescherming van rechten van EU-burgers en hun familieleden onder het gemeenschapsrecht.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten en het griffierecht wegens onrechtmatige afwijzing van het verzoek om een EU-verblijfskaart.