ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8929
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Roskam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet-uitvoering minnelijk traject door bevoegde instantie
Verzoekers, gehuwd in gemeenschap van goederen, exploiteren een eenmanszaak en hebben een aanzienlijke schuldpositie bij meerdere schuldeisers. Zij hebben een minnelijk traject doorlopen bij SVF Den Haag, maar de rechtbank stelt vast dat deze instantie niet kwalificeert als een bevoegde instelling zoals bedoeld in art. 288 lid 2 Faillissementswet Pro in samenhang met art. 48 Wet Pro op het consumentenkrediet.
De rechtbank constateert dat het minnelijk traject niet voldoet aan de wettelijke eisen, onder meer vanwege onduidelijkheid over de volledigheid van schulden en onjuiste berekening van het vrij te laten bedrag. Tevens is verzoeker voornemens zijn bedrijf voort te zetten, terwijl de wet vereist dat bij schuldsanering het bedrijf wordt beëindigd tenzij schriftelijke toestemming is verleend.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van een bevoegde instantie die het minnelijk traject heeft uitgevoerd, wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Verzoekers zijn niet klaar voor de wettelijke regeling en hebben geen belang bij een nadere gelegenheid om alsnog aan te tonen dat het minnelijk traject door een bevoegde instantie is uitgevoerd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het minnelijk traject niet door een bevoegde instantie is uitgevoerd en verzoeker niet klaar is voor de wettelijke regeling.