ECLI:NL:RBSGR:2011:BU2077
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens verzwijging verpanding activa van vennootschap
De zaak betreft ING Bank die bestuurder [A] van Badkamer Sale B.V. aansprakelijk stelt wegens onrechtmatige daad. [A] zou onjuist hebben verklaard dat er geen kredietfaciliteiten waren verstrekt en dat activa niet verpand waren, terwijl Rabobank eerder pandrecht had gevestigd. ING vordert schadevergoeding en proceskosten.
[A] voert verweer dat hij vooraf Rabobank-krediet en verpanding aan ING heeft gemeld. De rechtbank staat hem toe dit bewijs te leveren. Indien [A] faalt, is hij persoonlijk aansprakelijk voor de schade van € 225.853,63. Bestuurder [B] wordt niet aansprakelijk gehouden, omdat hij onvoldoende persoonlijk verwijt treft.
De rechtbank benadrukt dat bestuurdersaansprakelijkheid vereist dat een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering van [A]. De vrijwaringszaak tegen [B] wordt eveneens aangehouden.
De procedure omvat onder meer comparitie, bewijsopdrachten en een tussentijdse beslissing over bewijslevering. De uitspraak is gedaan door mr. J.L.M. Luiten op 3 augustus 2011.
Uitkomst: Bestuurder [A] wordt aansprakelijk gehouden tenzij hij bewijst ING vooraf te hebben geïnformeerd over Rabobank-krediet en verpanding; zaak aangehouden voor bewijslevering.