ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3308
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid weigering termijn vrijwillig vertrek in terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoekster ontving een terugkeerbesluit waarbij zij geen termijn voor vrijwillig vertrek werd gegund en werd direct in vreemdelingenbewaring gesteld. Verweerder beriep zich op artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat dit artikel geen verdere implementatie van artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn behoeft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat artikel 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen objectieve criteria bevat zoals vereist in artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn. De weigering om verzoekster een vertrektermijn te gunnen is daarmee onrechtmatig. Tevens is vastgesteld dat verzoekster geen risico op onderduiken vormt en geen gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 25 oktober 2011 en herroept het terugkeerbesluit van 29 augustus 2011. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om verzoekster geen termijn voor vrijwillig vertrek te gunnen is vernietigd en het terugkeerbesluit herroepen wegens strijd met de Terugkeerrichtlijn.